Naar de inhoud
Maat, naar de startpagina

Onderwerpen

Alle onderwerpen

Kies een onderwerp. Elk onderwerp begint bij een vraag, laat je iets zien en horen om mee te spelen, legt uit hoe het zit en laat je oefenen.

16 onderwerpen

Ritme

Puls en tempo, notenwaarden en rusten, maten en maatsoorten, ritmepatronen in de ritmebox.

  • Ritme

    Puls en tempo

    Onder bijna elke muziek tikt een vaste puls. Het tempo zegt hoe snel die tikt, in slagen per minuut (BPM), van traag Largo tot snel Presto.

    5e-6e leerjaarConcept

  • Ritme

    Notenwaarden en rusten

    Een noot zegt ook hoe lang ze duurt. Een hele noot is twee halve, vier kwartnoten of acht achtsten, en elke noot heeft een rust van dezelfde lengte.

    5e-6e leerjaarConcept

  • Ritme

    Maten en maatsoorten

    Maatstrepen verdelen muziek in maten. De maatsoort vooraan, zoals 3/4 of 4/4, zegt hoeveel tellen in elke maat passen, en elke maat moet precies vol zijn.

    5e-6e leerjaarConcept

  • Ritme

    Ritmepatronen en de ritmebox

    Een ritmepatroon is een groepje slagen dat terugkomt. In een ritmebox programmeer je het zelf: basdrum, snaredrum en hi-hat op de tellen en ertussen.

    1e graadConceptMet Kaft Plus

Melodie en notenleer

De notenbalk, de sol- en fa-sleutel, het klavier met kruisen en mollen, toonladders en intervallen.

  • Melodie en notenleer

    De notenbalk en de solsleutel

    Vijf lijnen, vier tussenruimten en een sleutel vooraan: zo lees je hoe hoog een noot klinkt. Je noemt ze do, re, mi of C, D, E.

    5e-6e leerjaarConceptMet Kaft Plus

  • Melodie en notenleer

    De fa-sleutel of bassleutel

    Lage instrumenten en de linkerhand van de piano lezen in de fa-sleutel. Fa staat op de vierde lijn, en de centrale do ligt precies tussen de twee sleutels.

    1e graadConceptMet Kaft Plus

  • Melodie en notenleer

    Het klavier: kruisen en mollen

    Witte en zwarte toetsen in een vast patroon van twee en drie. Een kruis maakt een noot een halve toon hoger, een mol een halve toon lager.

    5e-6e leerjaarConceptMet Kaft Plus

  • Melodie en notenleer

    Toonladders: majeur en mineur

    Een toonladder zet acht noten in een vast patroon van hele en halve tonen. Majeur klinkt helder, mineur donkerder. Het patroon bepaalt welke kruisen of mollen je nodig hebt.

    1e graadConceptMet Kaft Plus

  • Melodie en notenleer

    Intervallen: de afstand tussen twee noten

    Een interval is de afstand tussen twee noten, van secunde tot octaaf. Tel de letters, en met de halve tonen weet je of het groot, klein of rein is.

    1e graadConceptMet Kaft Plus

Harmonie en klank

Akkoorden en begeleiding, klank als trilling, de instrumenten van het orkest, stemmen en koor.

  • Harmonie en klank

    Akkoorden en begeleiding

    Een drieklank stapelt twee tertsen: grondtoon, terts en kwint. Majeur klinkt helder, mineur donkerder. Met drie akkoorden, I, IV en V, begeleid je al veel liedjes.

    2e graadConceptMet Kaft Plus

  • Harmonie en klank

    Klank is trilling: toonhoogte en sterkte

    Geluid is trilling. Hoe sneller iets trilt, hoe hoger de toon, gemeten in hertz. Hoe groter de trilling, hoe luider. Een octaaf hoger trilt twee keer zo snel.

    5e-6e leerjaarConceptMet Kaft Plus

  • Harmonie en klank

    Instrumenten van het orkest

    Een symfonieorkest heeft vier families: strijkers, houtblazers, koperblazers en slagwerk. Hoe een instrument zijn klank maakt, bepaalt bij welke familie het hoort.

    5e-6e leerjaarConceptMet Kaft Plus

  • Harmonie en klank

    Stemmen en koor

    Een koor verdeelt zich in sopraan, alt, tenor en bas, van hoog naar laag. Samen zingen ze vierstemmig: elke stem een eigen lijn, samen één akkoord.

    1e graadConceptMet Kaft Plus

Muziek beluisteren

Dynamiek en articulatie, muzikale vorm, en een stuk volgen met een luisterkaart.

  • Muziek beluisteren

    Dynamiek en articulatie

    Dynamiek is hoe luid of stil je speelt, van pp tot ff, met crescendo en decrescendo ertussen. Articulatie is hoe je een noot speelt: gebonden, kort of met een accent.

    5e-6e leerjaarConceptMet Kaft Plus

  • Muziek beluisteren

    Muzikale vorm: ABA, rondo en refrein

    Muziek is gebouwd uit delen die terugkomen of veranderen. Met letters schrijf je de vorm: ABA, rondo ABACA, of couplet en refrein zoals in een popliedje.

    1e graadConceptMet Kaft Plus

  • Muziek beluisteren

    Een stuk beluisteren met een luisterkaart

    Een luisterkaart tekent een stuk muziek in de tijd: de delen, wie er speelt, hoe luid het is. Zo luister je gericht en kun je zeggen wat je hoort.

    1e graadConceptMet Kaft Plus

Fout gezien?

Een paar woorden is genoeg. We kijken het na en passen het aan.

Zoeken

Even laden…

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.